Matthias Withoos, een Amersfoortse schilder

Amersfoort is nu één van de topstukken van Museum Flehite. Matthias Withoos was een leerling van Jacob van Campen. De presentatie ‘Randenbroek, School van Van Campen’ is onderdeel van de tentoonstelling, die Flehite tot en met 21 november 2021 wijdt aan de topstukken uit de collectie. Daar zijn onder meer werken van Withoos te zien. Wat weten wij over het leven van Matthias Withoos?

Marigje Heijenga-Klomp schreef in het Jaarboek Flehite 2005 het artikel ‘Matthias Withoos en zijn kinderen. Een Amersfoortse schildersfamilie’. Dit artikel is de bron voor onderstaande tekst. Heijenga was meer dan 50 jaar nauw betrokken bij de Oudheidkundige Vereniging Flehite. Zij overleed in 2010.

Matthias Withoosjeugd en opleiding in Amersfoort

Matthias Withoos was een zoon van Jan Jansz. Withoos en Lumantgen Jacobsdr. Freer. Zij woonden in de Muurhuizen in de wijk Breul, in het gedeelte tussen de Bloemendalse Binnenpoort en de Nieuweweg. De ouders van Matthias waren niet onbemiddeld. Zijn vader Jan had een bombazijnweverij. Bombazijn was een weefsel uit linnen en katoenen garens. Daarnaast was Jan ook waard in ’t Valcgen, een herberg in de Valkestraat.
Jan Withoos was bevriend met Jacob van Campen. Deze ontdekte het schildertalent van Matthias en nam hem op als leerling in zijn atelier op het landgoed Randenbroek. In 1647 werd Matthias toegelaten tot het Sint-Lucasgilde, het gilde van schilders, glazenmakers en glasschrijvers.

Reis naar Italië

Rond 1650 gaat Matthias op reis naar Rome, met drie andere kunstenaars. In Rome was een uitgebreide gemeenschap van Hollandse en Vlaamse beeldhouwers en schilders. Hij sloot zich aan bij de beroemde en beruchte schildersvereniging de Bentvueghels.
Withoos heeft met succes in Rome gewerkt. Hij ontwikkelde samen met Marseus van Schrieck, één van zijn reisgenoten, een geheel nieuw genre in de uitbeelding van de natuur, door het schilderen van bosstillevens met wilde planten, kleine diertjes en insecten.

Terugkeer naar Amersfoort

Waarschijnlijk keerde Matthias in 1652 weer terug naar Amersfoort. In 1653 trouwde hij met Wendelina van Hoorn, een dochter van Jacob Pietersz. Van Hoorn, die tot de gegoede burgers van Amersfoort hoorde. Matthias en Wendela gingen aan de Langegracht wonen. Zij kregen 8 kinderen, waarvan 5 door hun vader werden opgeleid in de teken- en schilderkunst.

Withoos ontwikkelde zich tot een erkend schilder. In 1671 schilderde hij het indrukwekkende Gezicht op Amersfoort, dat door de stad werd aangekocht. Hij werd ook een man van aanzien in de stad en bekleedde verschillende belangrijke functies, waaronder schepen, stadsweesmeester en regent van de Onze-Lieve-Vrouwekapel.

Vertrek naar Hoorn

In het Rampjaar 1672 werd Amersfoort opgeschrikt door het naderende Franse leger. Withoos vluchtte met zijn gezin naar Hoorn. Daar pakte hij de draad weer op en bleef schilderen. Zijn schilderijen bestaan vooral uit landschappen, bosstillevens, waarin de distelplant kenmerkend is, en stadsstillevens. In zijn schilderijen komen ook klassieke elementen voor, zoals ruïnes, beelden en tuinvazen.

Van zijn kinderen kregen Pieter en Alida Withoos bekendheid door hun tekeningen en schilderijen van insecten en kleine waterdieren. Matthias Withoos overleed in 1703 in Hoorn.

Jasper van Wittel, leerling van Matthias Withoos

Jasper van Wittel (ca .1652-1736) was een leerling van Matthias Withoos. Hij zal zeker meegewerkt hebben aan het grote stadsgezicht van Withoos. In 1672 vluchtte hij met Withoos mee naar Hoorn. Nadat de Fransen op 13 november 1673 uit Amersfoort waren vertrokken, keerde Jasper weer terug naar de stad. In de loop van 1674 ging ook hij op reis naar Rome, om daar zijn opleiding af te ronden. In Italië ontwikkelde hij zich onder de naam Vanvitelli tot een bekende schilder van stadsgezichten. Rond 1712, toen hij al jaren in Rome woonde, schilderde Van Wittel uit zijn herinnering ook een Gezicht op Amersfoort. In 2017 kocht Flehite deze gouache aan.

Verder lezen?

Het hele artikel over Matthias Withoos kunt u hier downloaden:

Cor van den Braber schreef in het tijdschrift Kroniek (nr. 4, 2010) een artikel over Jasper van Wittel