Het gemeentelijk ziekenhuis voor besmettelijke ziekten op het terrein van het Hofje Armen de Poth (1874-1904)

In 1874 werd in Amersfoort op het terrein van het Hofje Armen de Pot het gemeentelijk ziekenhuis voor besmettelijke ziekten gesticht. De gemeente gaf daarmee uitvoering aan een nieuwe wet die in 1872 van kracht was geworden: de ‘Wet tot voorziening tegen besmettelijke ziekten’. Wat was de aanleiding voor deze nieuwe wet? Hoe ging men in Amersfoort om met mensen met een besmettelijke ziekte en hoe functioneerde het nieuwe ziekenhuis?

In het Jaarboek Flehite 2005 schreef de heer D.C. Hoevers er een informatief artikel over, ‘Het gemeentelijk ziekenhuis voor besmettelijke ziekten op het terrein van het Hofje Armen de Poth (1874-1904)‘. U leest hieronder een korte weergave van het artikel. U kunt onderaan deze pagina ook het hele artikel downloaden.

Aanleiding voor nieuwe wetgeving: cholera-epidemie in 1866/67 en pokkenepidemie in 1871

In de loop van de 19e eeuw begon men steeds meer te begrijpen van het hoe en waarom van besmettelijke ziekten. De overheid deed haar best om epidemieën te voorkomen. De grote cholera-epidemie in 1866/67 en de pokkenepidemie in 1871 waren aanleiding voor een nieuwe wet in Nederland ter preventie en behandeling van besmettelijke ziekten. Op 4 december 1872 trad de wet in werking. Voortaan moest elke gemeente in Nederland beschikken over een inrichting voor afzondering en verpleging van besmettelijke zieke mensen, die leden aan bijvoorbeeld cholera, difterie, mazelen, tyfus, roodvonk en pokken.

Een nieuwe inrichting voor besmettelijke ziekten in Amersfoort

Amersfoort had in 1872 geen voorziening voor mensen met een besmettelijke ziekte. Het pesthuis, dat sinds 1500 stond op het terrein van het Hofje Armen de Poth, functioneerde allang niet meer en werd gebruikt als opslagruimte. Het werd in 1892 gesloopt. Het leprozen- of melaatsenhuis, dat sinds 1410 aan de Hogeweg stond, was in 1641 opgeheven. Het Sint Elisabeth’s Gasthuis, dat was gesticht in 1559 en gevestigd in de Muurhuizen 33 A, B en C, nam geen mensen op met een besmettelijke (‘aanstekelijke’) ziekte.

Om de wet van 1872 te kunnen uitvoeren moest de gemeente dus eerst op zoek naar geschikte locatie. Het oog viel op een stal op het terrein van het Hofje De Armen de Poth, op de hoek van de Coninckstraat en de Pothstraat. De gemeente kreeg van de Gedeputeerde Staten van Utrecht toestemming om het ziekenhuis binnen de kom te vestigen en kocht in 1873 de stal en de achterliggende tuingrond. De bouw kon beginnen.

Bouw en gebruik van het gemeentelijk ziekenhuis voor besmettelijke ziekten vanaf 1874

Er kwam een vrijstaand stenen gebouw met vier ziekenkamers. Elke kamer had plaats voor vier zieken. Twee kamers waren bestemd voor mannen en twee voor vrouwen en kinderen. Verder was er nog een woonkamer voor het beheerders-echtpaar, een keuken, een wachtkamer voor artsen, gangen, privaten en een lijkenkamer. De verlichting bestond uit gaslicht en water kwam uit de ‘Norton-pomp’, die het water haalde van onder het niveau van het door beerputten vervuilde bovenste grondwater. De Norton-pomp heeft waarschijnlijk gestaan in de Coninckstraat, tegenover de Teutstraat.

Uit de jaarverslagen van de gemeente Amersfoort blijkt dat in de eerste dertien jaar na de stichting, van 1874 tot en met 1887, nooit gebruik is gemaakt van het ziekenhuis. De lijders aan besmettelijke ziekten werden blijkbaar ergens anders verpleegd, waarschijnlijk thuis. In de jaren daarna werd af en toe voor korte tijd een ‘gewone’ zieke opgenomen.

Opheffing in 1904

In 1890 werd een nieuw en moderner ziekenhuis in gebruik genomen, het Gasthuis Aldegonde, opgericht door en voor rekening van Mr. H.J.H. baron van Boetzelaer van Oosterhout, burgemeester van de gemeente Leusden. Het stond aan de Arnhemseweg, op de plek waar later de scholengemeenschap Guido de Brès kwam. Rond 1904 werd bij dit ziekenhuis een paviljoen voor besmettelijke ziekten gebouwd, dat betere voorzieningen bood dan het gemeentelijk ziekenhuis aan de Coninckstraat. De gemeente wilde dit ziekenhuis dan ook opheffen en verkocht het in 1904 weer terug aan het College van Regenten van het Hofje Armen de Poth.

Het Gasthuis Aldegonde sloot rond 1906. Het St. Elisabeth’s Gasthuis vulde de leemte op met een heel nieuw ziekenhuis aan de Sint Andriesstraat. Het gebouw aan de Coninckstraat werd verbouwd tot vijf woningen voor bejaarden. Deze woningen staan er nog steeds.

Verder lezen?

Wilt u het hele artikel lezen? U kunt het artikel hier downloaden:

U kunt het Historisch Jaarboek Flehite ook nabestellen. Daarover vindt u hier meer informatie.